This blog is a project of the Van Abbemuseum
Contact: webmaster@vanabbe.nl

The Bigger Picture – Reactie op “Kunstenaars: Musea zijn soms krenterig” van Lucette ter Borg

May 21st, 2014 by Steven ten Thije

Dan Perjovschi

Op 8 mei publiceerde NRC een artikel van Lucette ter Borg “Kunstenaars: Musea zijn soms krenterig”, over de honorering van kunstenaars door musea bij solotentoonstellingen. Het artikel schets het beeld van het museum als uitbuiter van kwetsbare kunstenaars. Een beeld dat een dag later in een redactioneel commentaar nogmaals bevestigd wordt. Beide artikelen stellen een belangrijke thema aan de orde, maar musea afschilderen als de boeman doet de werkelijkheid te kort. Hier onze poging om een iets vollediger en genuanceerder beeld te geven van de situatie.

Musea zijn net als de fondsen spelers in een veel bredere kunsteconomie die gedomineerd wordt door de kunstmarkt. Die markt is zeer internationaal en niet erg transparant met een jaarlijks omzet van 50 miljard dollar. Een klein aantal kunstwerken wordt verkocht voor astronomische bedragen. Het levert een zeer onevenwichtige inkomenspiramide bij kunstenaars op, waarbij een handvol kunstenaars goed verdient en de grote massa het nakijken heeft. Toch is en blijft de logica binnen de kunstwereld dat kunstenaars hun inkomen halen uit verkopen.

Publieke musea hebben op de kunstmarkt een ingewikkelde rol als belangrijke keurmeesters met weinig middelen. Ze kopen aan, treden op als coproducent bij nieuw werk en tonen. Alle drie de activiteiten kunnen kunstenaars geld opleveren. Bij een aankoop is dat evident, maar een geproduceerd werk kan worden verkocht en tonen kan de marktwaarde verhogen. Het is daarmee lastig om een eenduidige methode te bepalen hoe een kunstenaar te ondersteunen. Soms is een honorarium op zijn plaats, soms een aankoop, soms een coproductie om een werk te realiseren en soms is zichtbaarheid alleen al genoeg. Probleem is dat musea zelden met kunstenaars een goed en helder gesprek voeren. De vraag daarbij is hoe krijg je belangen helder en hoe zorg je ervoor dat die fair bemiddeld worden.

Waar we voor moeten uitkijken is dat de oplossing de situatie niet onnodig vercommercialiseert. De directeur van het Mondriaan Fonds, Birgit Donker, suggereert bijvoorbeeld dat een kunstenaar zou kunnen delen in de opbrengst van de kaartverkoop.* Maar los van het feit dat kaartverkoop vaak maar een klein deel van de kosten dekt, geeft een dergelijke constructie ook een prikkel om een bepaald type kunst te maken. En het opent de deur naar andere marktgerichte redeneringen: moet bijvoorbeeld een museum of een fonds niet, bij verkoop, de investering in een werk terugvragen? Al dit soort constructies introduceren financieel rendement als criterium voor succes en vermengen zo steeds meer inhoudelijke en financiële argumenten. De publieke gelden van het Mondriaan Fonds zijn juist bedoeld om ook andere afwegingen te maken, waarbij publiek belang centraal staat.

Voor het Van Abbemuseum zou de discussie niet alleen over honoraria moeten gaan, maar zou deze zich moeten richten op de structuur van de kunsteconomie die ervoor zorgt dat zo weinig in de zak van de kunstenaar belandt. Hiervoor zouden kunstenaars, musea, fondsen, galeries en verzamelaars, gezamenlijk moeten zoeken naar oplossingen en niet vervallen in vingerwijzen. Laat bijvoorbeeld Nederlandse Museum Vereniging, Platform Beeldende Kunst, de Galerie Vereniging en het Mondriaan Fonds de tijd nemen om tot een vorm te komen die transparantie in het veld bevordert en als centrale doelstelling heeft om de inkomenspositie van kunstenaars te verbeteren.

Het Kuratorium van het Van Abbemuseum

Nick Aikens

Christiane Berndes

Ulrike Erbslöh

Charles Esche

Diana Franssen

Annie Fletcher

Steven ten Thije

*Rectificatie: Birgit Donker heeft ons erop gewezen dat wij het standpunt van NRC Handelsblad met haar standpunt verwarren. Zij vindt niet dat kunstenaars moeten delen in de opbrengst van de expositie, maar dat ze een honorarium moeten krijgen.

8 Responses to “The Bigger Picture – Reactie op “Kunstenaars: Musea zijn soms krenterig” van Lucette ter Borg”

  1. Met sommige musea heb je als kunstenaar geen vijanden meer nodig… Says:

    [...] Vandaag reageerde het Abbemuseum met een door het kernteam ondertekende brief. Daarin wordt gesteld dat er niet alleen naar musea gekeken moet worden maar naar de markt als geheel. Geen onterecht punt, want het is makkelijk de zwarte piet toe te spelen naar de musea. Veel musea krijgen financiële middelen uit publieke gelden (waaronder het Mondriaan Fonds) en ze kunnen het geld maar 1 maal uitgeven. Oftewel, als er meer budgetten zijn, is er ook meer mogelijk. De mogelijkheden zijn als volgt; [...]

  2. Daan Says:

    Zou het niet mooi zijn als musea naast een plek om werk te tonen ook een plek bieden voor kunstenaars om zich te uiten in een atelier, dus ruimte en materieel bieden? In plaats van kunst aankopen kunst doen laten ontstaan. Zo ook gelijk bezoekers een kans geven om een kijkje te nemen in de keuken van de kunstenaar, eventueel een persoonlijke uitleg krijgen.

  3. carolyn black Says:

    I have written a blogpost in response to this article. It was primarily the image that I have reflected upon, rather than the text. The conundrum inspired me hugely, but I cannot read the name of the artist. Please let me know and I will credit him/her. This conversation is a very important one in the UK too, especially because Museums and Libraries are now the remit of Arts Council England too.

  4. Steven ten Thije Says:

    @daan, bedankt voor je reactie. We gaan intern verder praten en nemen je idee mee.
    @carolyn black. The artist is Dan Persjovschi. Look forward to read your column.
    h. groet, all best,
    Steven

  5. Barbara Visser Says:

    Hartelijk dank voor jullie intelligente respons, ben het zeer eens met de suggestie dat de oorzaken dieper liggen, onder meer bij een perverse kunstmarkt en het beeld dat dat veroorzaakt. Dat is de achtergrond waartegen wij nu tegen elkaar dreigen te worden uitgespeeld. Dat neemt niet weg dat de musea en de kunstenaar simultaan het gesprek kunnen aangaan over honoraria. het is belangrijk dat elke schakel verantwoordelijkheid neemt voor het voeren van dat gesprek. Het lijkt onder kunstenaars, zowel onderling als met externe partijen, ook nogal een taboe, kunst en geld. Blijkbaar is het ook te banaal (tot we in de winkel staan) om de onzekere en in veel opzichten onmeetbare artistieke praktijk aan een harde financiële werkelijkheid te koppelen. Een even hardnekkige als romantische opvatting, die ik helaas maar al te goed herken. En toch moet het! Alleen al het feit dat het nu op de publieke agenda staat, geeft de kunstenaar moed. Want het is ook een kwestie van zelfvertrouwen van de kunstenaar, over zijn of haar maatschappelijke positie. Die is inmiddels op zo’n dieptepunt, dat de wal het schip godzijdank aan het keren is. Maar helemaal vanzelf gaat het niet.

  6. Platform BK Says:

    Kunstenaarshonoraria – Reactie Platform BK op Van Abbemuseum
    http://www.platformbk.nl/2014/05/kunstenaarshonoraria-reactie-platform-bk-op-van-abbemuseum/

  7. Jack Segbars Says:

    Platform BK onderstreept de oproep, zoals die doorklinkt in dit statement van het Van Abbemuseum, om te werken aan een inrichting van de kunstproductie die meer marktonafhankelijk is. De structuur van de kunsteconomie als geheel is inderdaad waar de discussie over zou moeten gaan. Het gesprek moet dan ook gevoerd worden door alle partijen die onderdeel zijn van die keten van productie: musea en instituten, fondsen, galeries, politiek en kunstenaars.

    Ons cultureel leven kent een economische ondergrond. De verwevenheid hierbinnen is groot en de verwarring compleet. Er bestaat momenteel geen model voor de kunstproductie dat uiteindelijk uitgaat van een niet-financiële validatie, hoezeer er ook wordt gesproken over ‘inhoudelijke’ argumenten, en hoezeer er wordt voorgesteld dat deze gescheiden zouden zijn. Dit volgt uit de inrichting van ons maatschappelijk model zoals het gekozen is: de markt is het uiteindelijke validerend mechanisme en de laatste vector waarlangs de productie is geijkt. Inhoudelijke en financiële argumenten zijn in het bestaande systeem bij voorbaat aan elkaar gekoppeld.

    Het is niet zo dat het Mondriaan Fonds als meest belangrijke nationale subsidieverstrekker, niet-commerciële afwegingen als enige en geïsoleerde criteria zou kunnen maken bij een subsidieverstrekking. Daarvoor zijn de politieke kaders te dwingend geformuleerd die uiteindelijk landen bij de validatie van het marktmechanisme. Hierin bestaat de dubbele boodschap: inhoudelijkheid staat voorop, maar evenzogoed zijn de tuchtelementen van de markt: ondernemerschap, zichtbaarheid, bereik en zichtbaarheid criteria bij het vaststellen van wat subsidiabel is.

    Dat het Van Abbemuseum hier nu aanspraak maakt op de bemiddelende rol van het Mondriaan Fonds tot een minder commercieel raamwerk van kunstproductie, miskent deze realiteit. Of legt althans de verantwoordelijkheid daar. Het Van Abbemuseum weet dat het zelf een rol speelt in het valideren van dit mechanisme: een presentatie in het museum geeft een kunstenaar een vermeerderde marktwaarde, hoezeer die ook langs de kritische functie en gewenste sociale inbedding van kunst verloopt.

    Aanspraak maken op gemeenschapsgelden doorkruist deze circulatie niet en isoleert deze evenmin van de marktwerking, het voedt slechts de bestaande circulatie. De logica van de kunstenaar die uitsluitend (en uiteindelijk) van verkoop afhankelijk is, blijft intact. Voor de kunstenaar geldt precies dezelfde discrepantie tussen de intentioneel publieke functie en de afhankelijkheid van de markt.

    De rol van het museum is veranderd, de rol van de markt is veranderd. De markt is van een welwillend burgerlijk patronaat dat nog voeding had met het culturele leven overgegaan tot een onpersoonlijk speculatief instrument, met nauwelijks nog terugkoppeling tot het culturele veld en de gemeenschappelijkheid. De droom van het privaatpublieke ordeningsprincipe delft het onderspit tegenover de logaritmen van de financiële systemen. Hierin geldt geen notie van gemeenschappelijkheid waarop nog steeds de idee van de gedeelde modernistische functie van kunst is gebaseerd.

    Bij het instorten van de voorheen museale functie van het ‘verzamelen’ als hoeder en steller van het culturele erfgoed is het museum tegelijkertijd een productiehuis geworden. Qua verzamelfunctie legt het museum het af tegen de financiële grootmachten: het zijn banken, oligarchen en verzekeraars die de top bemachtigen zonder dat deze daar een publieke toonfunctie tegenover hoeven te stellen. Ook vanuit eigen artistieke overwegingen is deze hiërarchische taakstelling afgelegd en is de afstand tussen productie en historiserende canonvorming geslecht. Wat rest is een inhoudelijke presentatiefunctie als publieke taak, zonder dat hierbij nog de ‘verzameling’ of uitbouw daarvan, op bestaande leest, het primaire doel kan zijn. Het terugveroveren van de publieke taak kan alleen liggen in het accepteren van en reageren op deze condities.

    Bij zo’n taakstelling moet een kunstenaar, die samen met het museum in deze ‘presentatiewijze’ voorziet, beschouwd worden als coproducent. Om de cyclus van productie en marktvalidatie te doorkruisen, zou de inbreng van de kunstenaar dan ook gedekt moeten worden door een verzekerde honorering. Deze kan in de vorm van hang- en stageld georganiseerd worden en in de vergoeding van een tijdsinvestering. Het museum kan hierbij programmeren zoals het op ‘inhoudelijke’ gronden goeddunkt en een curatoriële functie terugveroveren. De kunstenaar kan produceren zonder de dwang van ‘investering’ met een onzekere uitkomst. Beiden produceren dan een publiekstaak die losgekoppeld kan worden van niet alleen de tucht van de markt, maar ook de absorberende werking van de markt. Een dergelijk model valideert culturele presentatie vanwege de publieke noodzaak tot zichzelf. Dit is een visie die politiek gestut zou moeten worden, en waarvoor draagkracht en financiële dekking nodig is.

    Dat de transparantie bevordert dient te worden is een absolute noodzaak. En inderdaad heeft aan vingerwijzen niemand wat. Taak is nu duidelijk te krijgen wie welk model van kunstproductie voor ogen staat en langs welke condities.
    voorstel zie: http://www.platformbk.nl/2014/05/hang-en-stageld/

  8. Steven ten Thije Says:

    @barbara visser en @jack segbars, bedankt voor jullie reacties. We zijn in het museum in gesprek over het thema. Door een aantal vakanties kunnen we nu niet als groep reageren, maar we komen binnenkort weer bij jullie terug. H. groet, Steven

Leave a Reply


Van Abbemuseum